vrijdag 3 februari 2017

De apotheose


Ze mag me veel vragen, mijn dochter, ook om de honderd vrolijke Afrikaanse vlagjes terug te geven die al een half jaar mijn tuin sieren. Met overschot aan reden want er staat een belangrijke eerste verjaardag op til, die van Lia. Vandaag is het zover.


                                    Hoger goed is er niet, al is een bevalling altijd een apotheose. Maar de baring van je dochter begeleiden en je kleinkind in je eigen handen mogen ontvangen is het summum.
Ik schrijf 'mogen' omdat het een gunst is, het eindresultaat van zien en zwijgen, van ervaren en kijken, van lezen en begrijpen en bovenal van vertrouwen.

Ik heb ze daarvoor bedankt, beiden, mijn dochter en haar man want hij stamt niet uit het thuisbevallingsmilieu, noch kent hij het reilen en zeilen van een geboortehuis.


Zonder al te veel woorden, vroeg ze me op een mooie dag - ze was dik halfweg de zwangerschap - zo langs haar neus weg, wat je er in een kraampakket moest zitten als iemand wou thuisbevallen.
Dat ik het zou opzoeken, zei ik. Uit het hoofd kende ik al drievierden van het pakket, in gedachten somde ik allerlei gerief op terwijl mijn hart een vreugdesprongetje maakte. Alhoewel ik de zwangerschap opvolgde had ik haar nooit in een of ander richting willen beïnvloeden maar nu gaf ze me groen licht voor een thuisbevalling al had ik met rood genoegen genomen.
Of dit de wens van beiden was, vroeg ik nog want de overtuiging van een zwangere vrouw is één,  het goedkeuren van de echtgenoot -mijn enigste schoonzoon - de som .
Hoor me hier, het was de de vroedvrouw in mij die sprak. Niet makkelijk dat moeder en vroedvrouw zijn. Vanaf die dag werd het dubbel genieten al zweeg ik over de plannen. Pas op 't laatste, als men me eens vroeg waar ze ging bevallen, maakte ik gewag van de bevallingsplaats en in één adem voegde ik eraan toe: 'Als alles goed gaat'.
Ideaal was de locatie op één hoog niet en al was haar beloofd dat de verbouwingen van het gelijksvloers achter de rug zouden zijn voor de vermoedelijke bevallingsdatum, we wisten allemaal dat het niet realistisch was. En toch heb je maar een vierkante meter nodig om te bevallen. Arbeiden kon in het bad boven, bevallen ernaast, of in de tot living omgetoverde slaapkamer, of in de slaapkamer van de tweeling.


Enkel in haar eigen slaapkamer met het grote bed kon ze niet bevallen wegens te weinig ruimte rondom en dan was de eerste verdieping opgebruikt. Plaats zat dus.
Drie februari 2016. Pas om 09u belt ze me om me niet uit mijn slaap te halen, ik die nooit slaap om negen uur. Al uren draaglijke weeën. Ik heb ze in bad geholpen, alles klaargezet en een paar uren later wist ik van welk geslacht mijn kleinkind was én de naam.

Alles erop en eraan, tien vingers, tien tenen, een mooi roos velletje, twee ogen die pas open gingen aan de borst, alle fases doorliep dat kind, ik had het zo vaak gezien en altijd als topmoment ervaren.
Zij was geboren, zij is, zij ontplooit zich, ze ademt, ze huilt, ze strekt de armen uit, ze zuigt, ze kijkt naar haar moeder, ze barst van adrenaline, ze slikt, ze wil eeuwig met die borst verkleven, ze huilt als ik haar weeg, meet en aankleed, zij zet me tot spoed aan; zij zegt 'Mama!'.
Het is feest, er is een kind geboren, de sneeuwbal aan het rollen. Het achterwaeren kan beginnen.

Kraamkost.
Een gele baby.


De onontbeerlijke placentaprint bij kaarslicht en muziek van Salif Keita


Het begraven van de nageboorte in de tuin.


Meter Griet, ook vroedvrouw, maakte onlangs deze prachtige foto met de protjespyama.


Elke maandag hou ik deze oogappel in mijn armen, doe neuze-neuze zoals op de dag van haar geboorte want ze is om te stelen. Niet te tellen wat ze al kan en nog zal kunnen of niet zal. Wat ook, wie ze ook wordt, we houden allemaal (te) veel van haar.
Kus, kus, kus, kus kus....lief, lief kind.




Dit is dan het weinig lyrisch einde van mijn blog, binnenkort sluit ik hem af, heel misschien, als ik ooit nog eens mijn vroedvrouwhanden zal uitsteken open ik de bewogen blog opnieuw om dat verhaal te vertellen
liefs
Leen, vroedvrouw in hart, op rust