woensdag 24 juli 2013

Twee meisjes

Vandaag zijn ze een maand oud en ik zou geen tijd gehad hebben om hun verhaal te vertellen? Of ben ik te veel betrokken partij?
Het verhaal begon - niet onalledaags - met gebroken vliezen. De dag ervoor had ze een vermoeden; daags nadien, tijdens een barbeque op één van de eerste zonnige dagen in juni was ze overtuigd:
-Er zijn vlokjes bij. Je bent dochter van een vroedvrouw of je bent het niet. Nog zes weken te gaan, dus hop naar het ziekenhuis op een zondagnamiddag. Misschien, mits wat rust, zou ze de baring nog kunnen uitstellen.
Maandagmorgen, rond elven, kom ik bepakt en gezakt op haar kamer in het ziekenhuis aan, ze heeft net een echo gehad. Ik hoor het aan terwijl ik haar spullen uitpak en verheug me al op het assembleren van de geboortezakjes maar ze voelt zich niet goed, gaat liggen. Haar buik... en dan plots moet ze braken.
'Ze gaat toch vandaag niet bevallen, zeker?' gonst het in mijn achterhoofd. Na een verfrissend doekje wordt ze de oude. Ik zie haar alweer koesterend over haar buik gaan, die mooie striemloze buik, zag ik een mooiere buik dan die van mijn dochter?


Ze doet een hap maar na tien minuten ligt die er weer uit.
Een maal wordt opgediend, ik vertel de vroedvrouw dat ze waarschijnlijk in arbeid is. Ze mag op de kamer blijven. Met regelmaat slaakt ze een diep zucht. 'Het doet toch pijn hoor, mama'.
-Dat is zo, kind, maar het gaat elke keer weer over.
Ze berust, ze heeft het gehoord, gelezen en ze wil ervoor gaan.
Even lijkt alles stil te vallen - een valse start?- maar een reuzewee trekken alle twijfels weg. Hoog tijd om de  vader op zijn werk te vewittigen.
En dan wordt het echt: opname in de verloskamer na de middag om daar te onderhandelen over een relaxatie-bad want praemature arbeid en een tweeling lijken een contraindicatie te zijn. Het mag en ik zie mijn dochter in heel haar lengte ontspannen in het warme nat, mezelf ernaast. Zullen we het infuus met weeënremmers dan maar staken? Geen slecht idee. Een zak met suiker ter vervanging want het infuus moet blijven. Er ligt een scala aan scenario's klaar in het geval de grens van complicaties wordt benaderd.


 Maar gelukkig mag ze hier bevallen, ze krijgt kans op een natuurlijke baring.
Ze heeft mijn boek - aan haar opgedragen - voor de tweede keer gelezen, ze heeft GVO gehad van een collega vroedvrouw en dat werpt zijn vruchten af doorheen heel de arbeid.
Het is al twee uur als ik een sms-je stuur naar heel de familie dat 'het' vertrokken is.
Haar schoonmoeder is me dankbaar: "...Dank je Leen want ik loop hier op de tippen van mijn tenen...".
Bofkont die ik ben, mijn eigen dochter in arbeid te mogen begeleiden. Ze is zo moedig, er komt amper een klacht over haar lippen en de vroedvrouwen spreken het taboe-woord 'epidurale' niet één keer uit, ik heb ze er nadien voor bedankt.


Er vallen nog schillen; ze braakt letterlijk haar gal uit. Ach kind, kon ik het maar even van je overnemen , denk ik als moeder maar de vroedvrouw in mij zegt: 'het gaat echt goed vooruit, je maakt ruimte voor je kinderen'.


De riemen van de monitoring spelen stoorzender niet enkel om wille van het alles overheersend en hypnotiserend geluid; ze knellen, de koppen gaan schuiven; foetale harttonen verdwijnen van het scherm dus paniek achter andere schermen want een registratie moèt, men dijkt zich in, mocht er iets fout gaan heeft men papier nodig, geen woorden.


Het taboewoord 'scalp-electrode' valt wèl want men ontdekt 'dips'en dan spring ik een tandje bij als Millitissa van de Natuurlijke Baring; ik weet - net zoals zij - wat dippen kàn betekenen. Ik haal er de doptone bij om te bewijzen hoe de tweeling recupereert na elke wee en wijs:
-Kijk, ze heeft persdrang, tijd om de gynaecoloog te bellen.
Dat was part of the deal: ik zou mijn handen thuishouden want een tweeling is een risico-bevalling. Enkel bij twee hoofdliggingen mag het vaginaal, in alle andere gevallen gaat men doorgaans voor een keizersnede.  We boffen allemaal dus maar dat kan mijn dochter op dat moment gestolen worden, ze moet en zal persen. De gynacoloog is net op tijd om het eerste meisje aan te nemen om
16u45, 24 juni 2013, te Mechelen. Ik zie het allemaal gebeuren door mijn lens.
Het handje naast de hals. In gedachten zie ik mezelf baren van haar moeder met het handje boven haar hoofd.


Opgelucht als het eerste kind al haar punten haalt dat Virginia Apgar ooit heeft verzonnen, ik merk terloops de korte navelstreng op - 't is erfelijk - maar dan haalt mijn nieuwsgierigheid het, ik ga het eindelijk weten want ik heb meer dan een half jaar mogen wachten op de namen.
-En, en, vraag ik aan de papa, hoe heet ze?


-Dat kunnen we pas zeggen als ze beiden geboren zijn, lacht hij. Hij moet het ongeloof en ongeduld in mijn ogen gezien hebben, ik heb al veel meegemaakt maar dit?
Focussen op het tweede kind dat met opgerolde handdoeken in juiste positie wordt gehouden, men kan het risico niet lopen dat het achterblijvend kind gaat zwemmen in  verwijdende obscuriteit.
Als de vliezen breken gutst het vruchtwater uit de schoot. Een wee blijft uit daarom vraagt de gynaecoloog het infuus op te drijven (was er dan synto in het infuus?)
Even vlug zeg ik:
-Stimuleer de tepels.
 Bijna ogenblikkelijk volgt een wee.
'Geweld'-ig.

Pijn.
Vreugd.
16u53, 24 juni 2013, te Mechelen, geboorte van tweede meisje zonder naam.
Na tien minuten is het raadsel opgelost: de namen werden gegeven in functie van het gewicht.
Fee, de eerstgeborene: 1870 gram
Juna, 1920 gram.

Sinds de geboorte krijgen ze moedermelk van hun supermoeder en ik ben een reuzetrotse omi die gek is op die twee meiden.