donderdag 30 oktober 2008

Marieke Ayrin

Het geboorteverhaal van Marieke zoals het in haar dagboek staat opgetekend.

(Wat vooraf ging: we zijn al een week over tijd en de vastgestelde datum om de bevalling in te leiden nadert. Ik wil thuis bevallen. Het is 23 oktober. Iedereen is het huis uit. Zoontje is bij Moeke en Pappie. En Patrick is gaan repeteren met het koor van Trees Rhode. Samen wachten, ging niet. Alleen wachten gaat beter. Het heeft iets meditatief. Ik ben helemaal alleen thuis, net wat ik nodig had om toch nog een thuisgeboorte mee te maken.)

Het vervolg: om 15u.30 begonnen de weeën elkaar om de 7 à 10 minuten op te volgen maar nog zeer draaglijk; 1 op mijn pijnschaal . ‘k Heb Patrick dan toch een berichtje gestuurd om naar huis te komen van de repetitie ondanks het feit dat ik wel genoot van een leeg huis, alleen met mijn dikke buik. De hele tijd heb ik lopen zingen van “kom maar kindje, kom toch vlug bij mij dan kan ik je in m’n armen houden allebei.” Ondertussen liep ik op te ruimen en te rommelen tot Patrick thuis was. Overal brandde een kaars en op de schouw beneden wolkte een wierookstokje. Ik keek nog eens alle attributen na op de slaapkamer. Alles leek in orde. Patrick kwam nu thuis. Hij was een beetje zenuwachtig-blij, zo van laat het nu maar gebeuren. Hij maakt alvast een vuurtje in de openhaard. We bellen Leen om haar op de hoogte te stellen van de stand van zaken. Nee, ze moet nog niet komen. Gewoon weer wachten. De weeën bleven hun werk doen terwijl ik mijn zinnen verzette met “Zwellend fruit” van Peter Verhelst. Een prachtig sprookje. Gruwelijk ook, zoals sprookjes horen te zijn. Ondertussen zink ik af en toe weg in een wat pijnlijkere wee met quotatie 6 à 7op de schaal. Om half negen hebben we Leen weer gebeld of ze misschien toch eens langs kon komen voor we de nacht ingingen. Ja, ze had zelf ook gedacht even te komen kijken.
Leen voelt 2 cm opening rekbaar tot 3. De baarmoederhals is heel zacht, de vliezen nog intact. Het gaat de goede kant uit. Leen stelt voor om te strippen. Patrick denkt: ‘Humm, nu, hier???’ Flauwe mop. Dat dacht hij niet, ofwel, ik moet het hem toch eens vragen.
Strippen (vliezen losmaken) doet zeer maar alles voor het doel dat ik voor ogen had: thuis bevallen, een geboortehuis geven aan ons nieuwe kindje.
Als Leen nog maar net de deur uit is, na ons een goede nacht te hebben gewenst met slaapwel enzo, barsten de weeën quotatie 7,8 en 9 los. Patrick blijft bij me terwijl ik in de zetel lig, masseert m’n rug en fluistert me toe ‘loslaten, ruimte maken, openen’ zoals ik hem gevraagd had.
Ik probeer ook mezelf los te maken van de pijn alsof hij niet mijn lichaam behoort. Of misschien behoort de pijn net wel mijn lichaam maar niet mijn geest. Het vergt veel concentratie maar het werkt. Pijnbestrijding met het hoofd. Vooral het ‘ruimte scheppen’ helpt. De tijd gaat nu vliegensvlug of staat hij stil? Het is 1 uur als we Leen weer bellen.
Tien minuten later is ze er. De openhaard brandt nog en Leen vraagt waarom we hier niet bevallen. O ja, OK. Hup alles wordt in allerijl verhuisd. Patrick onderhoudt het vuur. Leen installeert alles bij de haard. Ik vang weeën op. Het wordt hoe langer hoe moeilijker. Ik blijf me concentreren. Op verzoek van Leen laat Patrick het bad vollopen en eenmaal daarin zijn de weeën iets draaglijker. Loslaten, ruimte maken, openen. Mijn mantra. Na een uur moet Leen komen. Ik heb persdrang. Ik heb het hoofdje letterlijk voelen stoten tegen mijn bekken. Ik hoorde zelfs ‘klong’ maar dat zal wel verbeelding zijn.
Tussen 2 weeën door gaan we naar beneden. Ik weet nu dat het snel voorbij zal zijn en voel de controle weer helemaal terugkomen. Nieuwe energie vult mijn lijf. We installeren ons bij de haard. Even is het moeilijk want er komt een wee die niet te houden is en ik zit nog niet goed op de baarkruk. Mijn benen bungelen onbeholpen in de lucht. Ik vraag om me wat meer naar voor te zetten op de kruk. Met mijn voeten nu stevig in de grond kan ik goed persen. Patrick zit achter me en houdt me stevig vast. Leen zit voor me op de grond. De drang is nu zo groot dat het voelt alsof ik stoelgang maak. Ik roep: “Ik denk dat er stront komt.” Achteraf excuseer ik me hiervoor bij Leen. Maar zij noch Patrick kon zich die uitroep herinneren. Ik had me weer onnodig zorgen gemaakt. Enfin, het staat nu ook op papier zodat het de eeuwigheid kan ingaan dat Katelijne ‘stront’ zei tijdens de geboorte van haar tweede kindje.
Het hoofdje is er nu door. Ik praat met het kind maar Leen vindt dat niet zo’n een goed idee. Nu niet, ik moet persen en doe dat dan ook. Leen spoort me aan. Patrick houdt me goed vast. En daar is ze dan: onze dochter. Leen vangt ze kundig op en legt ze op mijn buik. Het kleintje begint te snuffelen met het hoofdje omhoog. Ze vindt een borst en begint meteen te zuigen.
De navelstreng wordt doorgeknipt. Ik hoor een akelig ‘kgggk’. Nu zijn we voorgoed gescheiden. Zo dicht als die 9 maanden komt ze nooit meer. Ik huil als een wolvin in de nacht met grote uithalen diep vanuit de buik. Patrick troost me. Ik ben niet verdrietig. Het is zo. Patrick zegt trots te zijn op mij en houdt me zo mogelijk nog steviger vast.
Ik informeer naar de nageboorte. Even later hoor ik een natte ‘floep’. Dat was het dus. De moederkoek is helemaal intact.

Marieke Ayrin, vredebrengende ster van de zee, is geboren.
Het haardvuur smeult na. Patrick had even wat anders te doen dan vuurman spelen. Maar met wat droge takjes en een dik blok is het gauw weer aan de praat.
Marieke wordt gewikt en gewogen en goed bevonden.
Nu komen de minder leuke dingen: het hechten. Omdat we nu beneden zijn moeten we een andere plek zoeken om te hechten dan het vers opgemaakte bed met matrasbescherming. Het wordt de tafel maar omdat die ovaal is lopen we het risico dat ze kantelt. Geen nood Patrick zet zich er mee bovenop om alles in evenwicht te houden. Marieke ligt op mijn buik. Patrick heeft z’n bandoneon boven gehaald en zet ‘Chiquilin de Bachin’ van Piazzolla in. Zo schor als een kraai val ik in met het lied. Zingend en spelend word ik gehecht, met z’n drieën op de tafel.
Het vuur brandt. Een man en een vrouw geholpen door een kundige vroedvrouw hebben een nieuw mensje op de wereld gezet.
Marieke Ayrin weegt 3kg280 en is ongeveer 50 cm lang. Ze heeft veel haar, licht op de kruin en donker in de lengte. Ze lijkt een popje. We zijn dol op haar.

Katelijne

dinsdag 28 oktober 2008

in stijl zwanger zijn

http://www.mydailystyle.blogspot.com
Of hoe je in stijl zwanger kan zijn.
Zwanger en aantrekkelijk.
Niet dat het mij – als verjaarde hippie - ooit heeft beziggehouden. In mijn tijd droegen we tentjurken vanaf de vijfde maand. Of nog beter een:
Overgooier:m. (-s): Wijd kledingstuk dat je over het hoofd aantrekt, m.n. een rok en lijfje aaneen, zonder mouwen waaronder een blouse of een trui gedragen wordt

Je kon er inderdaad alles onder kwijt: een T-shirt , een blouse of een hemd (van je eega), een pull of niks; enkel je slip. Handig zeg. Vooral als er een onuitwisbare plek de voorkant je blouse sierde, geen kat dat het zag.
Een donkerblauwe -zelfgemaakte - had ik, die paste bij alles, wat je eronder droeg fleurde het geheel op.
Wij moesten het van onze vrolijke armen hebben. De rest was grijs. Pardon blauw.
Gegesticuleerd dat we hebben…………NOT!
Na de laatste vier maanden snakten we wel terug naar een jeans.
Nog eens vier maanden later konden we er eindelijk terug in.

zaterdag 25 oktober 2008

wie moet het allemaal weten?

'uw werkgever
familie
vrienden en kenissen
buren
zakenrelaties
de school van uw kinderen
uw vaste leveranciers
uw huisarts, specialist en apotheek
uw tandarts
uw mutualiteit
diverse verzekeringsinstanties en het pensioenfonds
de bank
de notaris
de inspecteur der directe belastingen
uw garage
sportclubs en verenigingen
dag-en weekbladen
de nieuwe bewoners van het oude huis'
uit: verhuistips

bij deze: Moosability.blogspot.com : we gaan verhuizen!
toch ergens in 2009

mijn verzameling geboortekaartjes schenk ik weg, liefhebbers mogen zich melden

woensdag 22 oktober 2008

Gruschwitz garen

Een kommetje water, een stuk zeep, een handdoek en garen van het sterkste soort; Gruschwitz, stervormig gevlochten. Op de kop getikt op een rommelmarkt.
Hij glimlacht een beetje onwennig maar kijkt hoopvol wanneer ik me met mijn attributen naast hem neerzet.
Ik leg de handdoek op mijn schoot, knip twee stukken draad af en wring ze aan weerszijden van de ring door. Maak zijn vinger nat en zeep in. Trek voorzichtig voorwaarts.
- Ja, ’t ga lukken, Leen.
Ik bekijk de obstructie. De knokkel van zijn ringvinger is dikker dan van de andere vingers.
- Zo gek hoe ik aan die verdikking kom, zegt hij.
Na een zware beklimming stond ik aan de top uit te hijgen en het landschap te bewonderen.
Ik wil er mij bij zetten en verstuik of breek daarbij die vinger toch niet zeker!
Nee, je gaat er hem toch niet afkrijgen, ik voel het.
’t Is waar, hij zal het nog even met die trouwring moeten uitzingen .
Een juwelier heeft vast beter materiaal, verzeker ik hem.

Nee, maar, was dat een verrassing aan de deur.
Ze hadden gewacht tot ik klaar was met de consultaties.
We zouden net aan tafel aanschuiven toen de bel ging.
En daar stond hij, gelaarsd, met helm in de hand.
Of hij stoorde?
- O, maar ik kom wel terug als jullie net gaan eten.
- Maar nee, schuif aan, stoofpotjes zijn er om met velen te delen.
Bij elke hap werd het verhaal duidelijker.
Zijn vrouw en hij hadden na 32 jaar huwelijk beslist om met onderlinge toestemming…

maandag 20 oktober 2008

Zis weg mét Judith

Klik voor vergroting

Haar blog : Zon voor iedereen

25 juni 2006 :
Als ik zeg :een berg afwas, dan bedoel ik een berg; gootsteen, aanrecht, afdruiprek en fornuis: alles staat vol. Meisjes in den blok. Koken doen ze nog, als ontspanning, terwijl ik dan , vanuit praktische overwegingen zou denken: ga naar het studentenrestaurant de Alma als ontspanning.
Maar nee, elke dag vers eten, dat willen ze, of ze moeten blokken of niet.
Wanneer waren ze van plan die afwas te doen? Tja, na de examen!
Goed, als moeder wil je je kind helpen, op welke manier dan ook. Dus handen uit de mouwen en afwas sorteren op de tafel die eerst ontruimd moet worden. Daarna kan de ‘berg’ op tafel. Er komt zelfs warm water uit de losstaande kraan én ergens vind ik ook detergent, ik kan aan de slag terwijl dochterlief verder studeert in haar kamer op het eerste.
Als de afwas half ver is sijpelen de kotgenoten binnen, nog onder de adrenaline van het net afgelegd examen.
’t Ging goed, ze zullen erdoor zijn.

Judith uit Oostende – oudste van een kroost van 8 - pakt spontaan een handdoek om af te drogen. Ze is het maatje van dochterlief geworden omdat beide meisjes als enige heel de blokperiode op kot bleven studeren. Judith vertelt over de startproblemen van haar pleegbroertjes en zusjes, over haar jaar in Afrika, het Erasmusproject waar ze binnenkort instapt en welk een toeval Saïdja bij hen bracht….

Mooi kind, bedenk ik, ze mag zo ons leven in.
Op haar aanwijzingen vind ik het Marokkaans winkeltje waar je werkelijk àlles kan kopen.
Geladen met drie zakken kom ik het kot weer in. Samen smullen we van al die lekkernijen in het zonnetje buiten.
Ik kan niet weg voor ik ook de living én WC heb gepoetst – hoogtijd was dat! Ik laat de keuken voor wat ze is want zoontje wacht thuis.

Een innige omarming -zoals steeds - en erbovenop dikke kussen. Kop op dochter, ’t zijn de laatste loodjes.

vrijdag 17 oktober 2008

Cyrus groet 's morgens de dingen



Dag ventje soezend onder de wol in de wieg
vlieg vlieg
dag wieg in het park
dag mat op de vloer
woef bereknuf bij beebielief
en
dag moedermama met je lach
zoete lach
van mamaatje lief
goeiendag
Daa-ag ventje
waf lief ventje
dag ventje klein


vrij naar Paul van Ostaijen (1896-1928)

dinsdag 14 oktober 2008

Cuisinier suppose une tête légère...

Ik weet het niet hoor. Verstand op nul. Dat lijkt me het meest opportuun is zo’n situatie.
De uitnodiging liet het al doorschemeren:

‘Het is weer zo ver, een volgend kind - Saïdja vertrekt naar Zuid-Amerika voor
9 maanden - spreidt haar vleugels en of we daar blij mee zijn of niet, we
zouden het fijn vinden als jullie hier komen eten op zaterdagmiddag.
's Avonds is er een nog een verrassingsfeest voorzien, waar Saïdja al weet van heeft; zo verrassend is het echt niet meer,
maar ook daar: welkom!
In ieder geval hoop ik op een talrijke opkomst, hoe meer zielen, hoe draaglijker, zou ik zeggen
vanaf 12u gaan de deuren open.’


De feestvreugde (?) is aan ons voorbij gegaan, we stonden zowat twaalf uur aan het fornuis.
Ja, ze vonden het lekker, maar iets simpel was even goed geweest, zeiden ze.
De volgende keer moet onze timing beter.

‘Cuisinier suppose une tête légère, un esprit pur de bonté, et un coeur large de générosité’

Parelwijn, olijven en tortillachips met chimichurri-dipsaus (wegens succes vorige keer)
Canja: Braziliaanse kippesoep met rijst, middeleeuws recept: kip, bouillon, laurierblad, ui, knoflook, risoni-rijst,
citroenschijf en muntblad als garnituur.

met dank aan Gato Azul http://gato-azul.blogspot.com/2008/07/canja-soupe-au-riz-et-au-poulet-recette.html
Feijoada met witte rijst; een stoofpot van diverse soorten vlees en bonen, versierd met sinaasappelpartjes.
Voor 6 pers.: 300g varkensvlees, 200g sparerib, 200g rundvlees, 200g worst, 100 g bacon, 500 g zwarte bonen, 4 knoflooktenen, 3tl rode peper, 2 laurierblaadjes, gesneden bieslook als versiering, zout, olijfolie
Enchiladas: wrap met chili con carne vulling
Herfstdesserts:
-Bladerdeegtaart met peren en rodewijn-glazuur, recept uit Delicious okt 2008, p 82.
-Drie-in-de-pan: gekarameliseerde peren, chocoladesaus en karnemelkpannenkoekjes: recept uit Delicious nov 2008, p 94.
-Ijs met koffie
Vergeten: pralines.

Saïdja
Geboren 30 november 1985 te Kortenberg
170 cm, G: 60 kg (?)
Haar: wit/blond, krullend en droog, splitsend ook (er moet een stuk af).
Ogen: blauw, blonde wimpers, pretlichtjes.
Mond: immer lachend; ‘Joehoe!’ borrelt er te pas en te onpas uit.
Hals: eerder lang, neiging tot kropvorming, maar huisarts zegt van niet.
Huid: droog, opflakkering eczeem aan armen en benen.
Voeten: klein, maat 37, twee littekens voetzool linkervoet.
Allergieën: sterke pinda-allergie, huisstofmijt, grassen, pollen, paarden…
Medicatie: puffers en antihistaminica bij hooikoorts
CV: biologe, tropische geneeskunde, 4 jaar scoutsleidster.
Reiservaringen: Benelux, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Marokko, Noorwegen,
Kroatië, Oostenrijk, Polen, Spanje, Turkije, Oeganda, Zuid-Afrika, Zweden…
Plannen: rondreis Zuid-Amerika op een moto met vriendin Judith.
Rijbewijs: A en B.
Rij ervaring A: nihil.
Aankomst in Brazilië op 19 oktober 2008.
Verder weet ik niets. Toch dit: ze wil broer Yolan bezoeken in Argentinië.
Opdracht: elke week bellen naar één van de ouders.

Als ze ooit terugkomt maak ik de heerlijkste dis met al haar lievelingsrecepten.

donderdag 9 oktober 2008

Een dag van extremen

Houtsniplei, Franse lei, Roerdomplei, Buizerdlei…
- Neem je lei en griffel, zei zuster Marie-Achille van het eerste leerjaar.
Met grote voorzichtigheid kraste je de sommen op het zwarte bordje. De gulden middenweg.
Je had het gauw geleerd: te hard drukken brak griffels, te zacht griffelen liet je bord zwart.
- Kras, kras, ging het door de klas. De uitsparing met het potje inkt lonkte.
Griffel-as op je houten, schuine bank.
En ’t leukste: het nat oranje sponsje om met een schone lei te beginnen.
De volgende keer.

Waar is ze nu?
Haar as in een urne, de urne op het kerkhof, het nieuwe kerkhof naast de stad.
In het crematorium verloopt alles een beetje vlug, te vlotjes. Kan men in een half uur afscheid nemen?
Hans Andreus’ gedicht incluis?
‘…Vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens
ze zouden je niet geloven…’
Wat een onzin, bedenk ik en ook: ik wil spreken. Ik wil alle aanwezigen over mijn buurmeisje vertellen. Maar de gelegenheid wordt niet geboden, niemand leest iets van eigen bijdrage voor. De kracht ontbreekt om op te staan en het woord te vragen. Had ik maar op voorhand moeten afspreken, tekst voorbereiden.
Ik lees in gedachten mijn woorden voor en sein haar: ‘ Vlieg waarheen je wil, je bent vrij nu. Je was me lief en ik ben tekort geschoten…’

Een dag van extremen. Net zoals een week geleden: een thuis bevalling, haar overlijden en 's avonds nog een thuisbevalling, alles op de eerste oktober.

’s Namiddags, in Antwerpen, draai ik de knop om.
Vijf meiden achter een mochito en tortilla’s bij de Huisvrouw.
Heel andere koek. Heerlijke koek. Vrij en vrank, laat ik daar ook vrolijk op volgen.
Bevallingsverhalen, uiteraard, uiteraard.
Het ultieme woord voor vrouwelijke geslachtsorganen?
-‘piemel’ is makkelijk, maar wat zeg je tegen je dochter?
Moeten we dan een enquête starten?

dinsdag 7 oktober 2008

kinnekeskak

-Meconium
-Overgang
-Vaste stoelgang
-Zalfachtig
-Gekabbeld
-Ruikt vies
-Groenachtig
-Slijmerig
-Lopend
-Spuitend
Uit: Observaties in het patiëntendossier. In de luier van de pasgeborenen, door M. Van Dam

En wat als er géén kaka komt, kabbelend noch spuitend?
Dan wordt het plasluiers tellen. Er moet iéts uit de baby komen.
Ok, ’t is waar, er zat meconium in het vruchtwater, dus weten we dat de darmen functioneren. En de dag nadien kwam er nog éénmaal een ‘meconium’-luier.
Op dag vier na de geboorte een paar veegjes.
- Alsof het wat natte windjes waren, zegt ze.
Ik bekijk de buik van het kind. Op zijn zachtst gezegd ‘opgezet’.
- Dat hebben ze op de echo al gezien, dat de omvang van zijn buik groter was in proportie met zijn lichaam.
Ik ben er zeker van dat het kind goed drinkt, moeder heeft stuwing en hij slikt hoorbaar wanneer hij aanligt. De veelvuldige natte plasluiers zijn het bewijs. Maar waar blijft die kaka?
Temperaturen helpt niet, zelfs met olie op de thermometer, geeft hij zich niet prijs.
Ik druk voorzichtig op het gespannen buikje, het kind lijkt er geen hinder van te ondervinden. Met wat olie op mijn hand masseer ik de buik in wijzerzin, telkens neerwaarts eindigend, richting endeldarm. Ik vraag haar dit meermaals te herhalen en net zoals gisteren het kind bij het venster te plaatsen. Daglicht moet dat kind hebben om de fysiologische (?) geelzucht aan te pakken.
- Ja maar, Leen, je moet weten dat ik Indische roots heb, wij kleuren iets donkerder dan doorsnee blank volk.
Het oogwit is nog niet geel gekleurd. Geruststellend. Ook het gedrag van het kind: het vraagt actief naar voeding en valt niet meteen in slaap wanneer hij aanligt. Tussendoor slaapt hij wel als een roos.
De vijfde dag ben ik vastberaden: als er weer niks geproduceerd werd zou ik het kind een halve glycerine-suppo opsteken. Maar zie: vier kakaluiers sinds ik weg ben! Iedereen lacht.
Ik een beetje minder als ik naar de baby kijk, lijkt wel net uit skivakantie teruggekeerd.
Onmiskenbaar. Bellen naar het ziekenhuis, het duurt en duurt. Uiteindelijk krijg ik geen enkele pediater aan de lijn, beslis haar zo naar spoed door te sturen, met verslag van de thuisgeboorte en evolutie.
’s Avonds op mijn GSM:
- We zijn op weg naar huis, ze hebben beslist niet tot fototherapie over te gaan omdat het al de vijfde dag was.
- Wat was de waarde, hebben ze je een cijfer gezegd?
- Hij had 17.
- Proficiat, zeg ik, je bent de eerste mama die met een baby van 17 (mg/dl) naar huis mag!

zaterdag 4 oktober 2008

och kind

"Och kind, weet je
vanwaar je komt?
Van zoveel plaatsen kom je,
uit het water en van de aarde,
uit het vuur en uit de sneeuw
langs oneindige wegen
naar ons beiden
en nu willen wij weten
hoe je bent, wat je ons zegt
omdat jij meer weet van de wereld
die wij je gaven"


P. Neruda

woensdag 1 oktober 2008

35 and holding

Het was warm dit weekend, we zaten ’s avonds aan de tuintafel te nippen van ons glas.
Ik hoorde gerucht bij de buren, ze suste de blaffende honden.
- Sssst, baasje gaat straks komen, hoorde ik ze zeggen.
Ik wendde me tot mijn genoot:
- Toch raar, we zijn nu al 20 jaar buren, we spreken elk jaar af dat we mekaar gaan uitnodigen en toch komt het er nooit van.
Niet dat er een slecht contact is, verre van. Telkens we mekaar op straat ontmoeten is het niet van ‘hoewiset’ en weg, nee, we staan ruim een uur te praten.
Zij bleek er dan nog het meeste behoefte aan te hebben, aan die babbel, bij mij stond het werk wel altijd te wachten.
Mijn buurmeisje, zelfs al is ze in de dertig, je hebt ze als tiener en babysit van je kinderen leren kennen en het blijft ‘meisje’.
Wat heeft dat kind allemaal meegemaakt.
Hij weet het onderhand.

Het was mei 1990, zwanger van de vierde toen ik langs het tuinpad iets van bij de buren voelde overwaaien, iets dat ik niet anders kan omschrijven als bad karma.
- Er is daar iets aan de hand, zei ik tegen mijn ex.
Twee weken na de geboorte van de jongste, om 4 u, zat ik mijn kind te voeden in bed toen ik portiergeklapper opving. Onze straat is zo verlaten dat er zelden een auto stopt, ’s nachts. (Is dat eventjes veranderd toen mijn kids begonnen uit te gaan).
Turend door het badkamerraam zag ik door het schemer een viertal wagens, ook politiewagens, geparkeerd voor de deur.
Een venster verder zagen we hem hangen, onze buurman. Maak mij niet wijs hoe iemand eruit ziet die zich verhangen heeft, dat gebroken silhouet staat voor immer in mijn geheugen gebrand.
Natuurlijk ontfermde ik me over ons buurmeisje en haar moeder. Maar was me dat schrikken toen ik de buurvrouw zelf aantrof, bedlegerig, beide borsten gruwelijk verminkt door kanker, slordig omzwachteld.
Ik overwon mijn walging en nam de verzorging van het buurmeisje over, ik vond ze te jong voor dergelijke taken. Achteraf vond ik me als zogende moeder ook niet meer geschikt en schakelde een huisarts in, die schakelde op zijn beurt een verpleegster in. Een opname werd geregeld, chemotherapie gestart, na een half jaar zagen we Lazarus-buurvrouw weer in de tuin.
Zoon nummer twee, van negen oud, ontwikkelde daarop een slaapfobie. Elke avond huilen, niet naar bed willen, niet kunnen inslapen, in het ouderlijk bed leggen en ’s nachts verhuizen naar zijn eigen bed… tot het er op een dag uit kwam: hij was bang voorgoed in te slapen zoals buurman had gedaan.
Zo stom waren wij geweest, bevreesd voor de waarheid, hadden wij onze kinderen verteld dat buurman overleden was in zijn slaap.
Twee jaar heeft de buurvrouw het nog volgehouden, tot de meerderjarigheid van haar dochter, pas dan kon ze loslaten en sterven.

Wees was ze nu, dat meerderjarig meisje. Mijn deur stond open, ik zei het haar. Maar haar oma trok bij haar in.
Het werd weer als vanouds: mekaar begroeten op straat. Oma leek nog meer behoefte te hebben aan contact, maar oma was ook flink paranoïde. Ook zij haalde op de duur politiewagens in de straat.
Met de juiste medicatie in psycho-geriatrie kwam oma tot bedaren.
De rust leek hersteld. De levensgezel beminnelijk.
Een jaar terug stond ze huilend aan mijn deur toen ze vernomen had dat Isis, onze zwarte kat in haar vijver verdronken was. Ik had met haar te doen.

Vandaag stond haar levensgezel verweesd aan de deur. Ik lag in bed wegens een nachtelijke geboorte.
Karel vertelde het me. Of we wisten waar ons buurmeisje was? Bleek redelijk depressief de laatste tijd. Haar auto stond er nog, haar schoenen ook.
Kippenvel. Ik kon al raden wat er aan de hand was.
Terug politiewagens voor de deur. Toen ik de labo-staaltjes buiten zette sprak ik iemand aan.

Ze is niet meer.
En ik? Ik kan niet anders dan schrijven. De waarheid, niets dan de waarheid.
De verwelkte bloemen uit de vaas halen ook, mijn kop breken over de verjaardag van overbuurvrouw-die-ik–vandaag-niet-wil-zien, laat staan spreken, pijn hebben over heel het lijf, koffie en cola drinken - wat van mijn homeopaat niet mag - de vloer dweilen om weerstand te bieden tegen al die ‘had-ik-maar’s die me nu constant kwellen...