maandag 30 juni 2008

van A naar die Z

De consultatie liep op zijn einde toen ik merkte dat ze nog met een prangende vraag zat.
Een zorgrimpel die er anders niet zat tussen haar wenkbrauwen.
Ze verschoof nog eens op haar stoel, en toen kwam het eruit:
- Leen, klopt het dat jij in dorp X een dood kind hebt gehad? Mijn schoonmoeder zegt dat.
Haar man knikte.
Perplex herhaalde ik de vraag en zei:
- Ik ben nog nooit in dorp X geweest, laat staan dat ik daar een bevalling gedaan zou hebben. En ook heb ik nog nooit een thuisbevalling laten beëindigen in een dood kind.
Ze leek wel opgelucht, alsof ze het had geweten maar op twijfels was gebracht door omgeving. Ze had me willen vertrouwen, maar dit….

Thuisbevalling = Leen Massy?

Dorp X.
Zou vroedvrouw Y daar niet werken?
Ik nam de proef op de som en vroeg het Y op de man af.
- Heb jij in dorp X….?
Ze kon haar oren niet geloven. Hoe het mogelijk was dat ze mij daarbij sleurden?
Ja, zij had in dorp X een vrouw begeleid tijdens de zwangerschap en die vrouw doorverwezen naar het ziekenhuis voor de bevalling, ze was er niet eens bij. En effectief, dat kind is daar overleden, in het ziekenhuis, helemaal niet thuis, wat ze oorspronkelijk wel van plan was geweest.

Het deed me denken aan het fluister-spelletje bij de Chiro.
A fluistert een hele zin in het oor van haar buur.
En zo door tot bij de twintigste.
En verbaasd dat we waren wat er van die ene zin gemaakt werd!

vrijdag 27 juni 2008

op pagina 150

Er heerst een ontspannen sfeertje. De kat krult zich op de warme klinkers.
Een hommel vlijt zich op de tuintafel.
De zon. De wind. Zomergeuren.
Meneer Grote Vakantie heeft zijn deuren opengezwaaid.
'Welkom' galmt hij en ook: vermaak, vertier, luilekkeren, plezier!
Dat moet hij aan die van ons geen twee keer zeggen.
Met zonnebril op de snoet, flashy zwemshort aan de stevige billen begeven ze zich fluitend door huis en tuin, trekken een baantje, jongleren met 3, drie! 'kijk eens mama!!!' ballen, gooien zich met een boek in de strandstoel...
En net als ik moe durf te denken: 'k sta er weer alleen voor' neemt er ene het grasmachien om het gazon een beurt te geven, de andere haalt de was van de draad en beroert er iemand de kookpotten.

Ergens tussenin roept Yolan dat ze pas de 13de augustus naar Argentinië vertrekken ipv de 8ste.
Ik ben blij, ik zeg het hem, weer vijf dagen meer samen.
Ja, geeft hij toe, 't is beter zo.
Gisteren heeft hij zich een blog aangemaakt, voor ginds.
- 't Is nog gene vette, meent hij.
Hij is de 36.801ste blogger van Vlaanderen lees ik in het julinummer van 'Goed Gevoel', de 95.000.001ste in de wereld.
Want bloggen maakt gelukkig, beweren ze en nog veel meer.
Op p. 150 staat blog.diep-rood.be als eerste van de 10 aanraders.
De andere 9:
http://www.talesfromthecrib.be/
http://www.tanteannie.be/
http://www.whatshesaid.web-log.nl/
http://www.desalniettemin.com/
http://www.babsiesnachtgedachten.wordpress.com/
http://www.imkedielen.be/
http://www.vermeulenprojects.blogspot.com/
http://www.kruimels.blogspot.com/
http://www.maanzand.com/
'Met blogvrienden heb je een speciale band'.
Dàt mochten we onlangs meemaken op het blogfeest van Miss Zapnimf.
Voor herhaling vatbaar, wis en zeker!

maandag 23 juni 2008

en Saintes...

Het lijkt toch nog net iets anders dan in België, je komt er al eens leuke dingen tegen, daar in 'la douce' France. We hebben dan ook geen bergen zoals ginds.
Op de weg naar de streek van Agen maken we (ondermeer) een culinaire stop in Saintes...

Ze had net twee thuisbevallingen achter de rug, Krista, onze gastvrouw. Eéntje had ze niet kunnen doen wegens twee tegelijk.
Dat kennen we hier in België ook, de beperking van één bevalling tegelijk; we kunnen ons niet in tweeën splitsen, hooguit sturen we een collega naar de andere barende. Maar in Frankrijk zijn de zelfstandige vroedvrouwen schaars.
Dus besloot Krista bij haar eerste weeënhebbende vrouw te blijven en de andere – een 250 km in de Franse Pyreneeën verder wonende – per telefoon bij te staan.
- Ik ben daar drie weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum (VBD) op huisbezoek geweest, vertelt ze. Ze had er een weekend uitstap van gemaakt met de kinderen. Meer dan drie uren rijden om het idyllisch plekje te bereiken – heel afgelegen.
- We zijn er blijven slapen. Ik hoorde het achteraf: ’s morgens om 5u had de dochter des huize mijn jongste zoon wakker gemaakt om naar de reeën en herten te gaan zien.
In één uur tijd hadden ze er 16 geteld! Die mensen eten niets anders dan hertenvlees en everzwijn uit de bergen. Hij jaagt daarop en weet je hoe?
Zonder geweer, hij schiet enkel met pijl en boog!
Het was hun vierde kind. Het is in de handen van de vader geboren, mooi toch.

We stappen verder, naar haar eigen plek, midden het groen; une cabane; een houten éénkamerwoonst waar ze een jaar gewoond heeft met haar twee zonen voor ze zich in haar huidige knusse stek installeerde. De Vlaamse vroedvrouw die haar ‘rr’s’ Vlaams laat rollen.
- Had je liever hier geslapen?
- Lijkt me leuk maar nee hoor, we slapen goed bij jou.
Vlakbij staat een 'cabane' op wielen. Een zelfgemaakte woonwagen waar een vrouw, samen met man en kind op de geboorte wacht. We treden hun domein binnen na het ingenieus systeem van de buitendouche bewonderd te hebben. Hij is schrijnwerker, zij is zwanger.

Leven doen ze van lucht en liefde. Later, als de kleine geboren is, trekken ze - woonwagengewijs - richting Mongolië, met de hulp van twee paarden. Hij gaat daar yurten leren maken.
Ik kijk Krista aan. Krista is daarvoor niet naar Mongolië verhuisd. Ze heeft op haar eigenste gewone naaimachine een heuse yurt gecreëerd én heeft erin gewoond.

‘La sage femme avec son yurt’, zo is ze bekend in de streek al valt er jammer genoeg van die yurt van toen niets meer te bespeuren,.
We lopen verder, naar ‘le lac’. Ze wijst me de boom aan waar de placenta van haar jongste zoon begraven is.
- Ik heb geen binding meer met België, mijn thuis is hier.
’s Avonds, bij een glas bier, maar ook te pas en te onpas, tussen de bevallingsverhalen door, komen jeugdverhalen boven. Van haar, van Karel, van mij.
Drie miskende maar onverwoestbare kinderen zijn we.
Daarom klikt het zo goed en lopen we nu hardop te dromen van Frankrijk.

zaterdag 21 juni 2008

midsummerblues

- U begrijpt toch, mevrouw Massy, dat wij het reglement moeten toepassen?
Ik heb de leerkracht gezien, hij bevestigt dat de eerste vragen van het mondeling examen goed werden beantwoord. Maar die onregelmatigheid heeft ons tot een nul gedwongen.
Ik heb Yolan ook gesproken, hij geeft toe dat hij een klasgenoot liet afkijken, hij heeft het me verteld dat toen hij terugkwam van zijn tweede mondelinge vraag, merkte dat die klasgenoot gebaarde niets af te weten van vraag drie, waarop Yolan zijn blad liet zien, iets te duidelijk.
We begrijpen dat hij zoiets met een goed hart deed maar hij kent de reglementen.
En ja, we zijn op de hoogte van zijn plannen om begin augustus naar Argentinië te gaan en toch gaan we de college-regels toepassen. Een nul is in principe niet delibereerbaar, zelfs niet bij een einddiploma. Maar we gaan dit voorleggen aan heel het lerarenkorps en alles bekijken; alle punten, niet enkel die van fysica maar van alle vakken, zijn dagelijks werk, zijn vorige examenpunten, zijn medewerking op school waar niets op aan te merken valt, integendeel, hij is die zes jaren een goede leerling geweest die zich ook voor de school heeft ingezet, hij zat ook in de leerlingenraad, ik weet het, nam deel aan de 1000 km fietstocht, ja, waaraan hij dat lelijk litteken te danken heeft, tja…
Ik kan nu niets zeggen, maandag wordt het besproken, goede namiddag.

- Goede namiddag meneer de directeur.
: (

donderdag 19 juni 2008

zeg nu zelf: liggend of staand?

http://dechaineesweb.free.fr/index.php?page=13


We wisten van niet beter: liggen moest je, zodra je binnenkwam in de arbeids-of verloskamer. Ik had als student vroedvrouw ook niks anders gezien dan liggende dikke buiken. Een barende die nog even opveerde voor wc-bezoek kreeg een bedpan onder de billen geschoven, nee maar, wat dacht ze wel! Ze zou wel eens kunnen dit of ...dat, je hebt toch van die onbesuisde dwaze parturiënten zag je de diplomees bijna hardop denken. Tja, je zou als student maar beter mee ogenrollen, je moest je punten toch halen?
Maar zo zat ik toevallig niet ineen, toch niet.
Maar ik volgde wel de trend toen ik op mijn beurt op dat vreselijk bed moest; ik sprong er wél uit, wou liggend geen plas doen maar het moest wel in de bedpan. Dus werd die bedpan op de kruk achtergelaten. Daar ging ik dus wijdbeens overhangen tot die wee me tot andere plannen dwong.
Roezig liggend heb ik gebaard in het land van Endorfinia.
'Als het maar voorbij is', dacht ik toen.
Heel andere gedachten heb ik gehad bij de geboortes die 'verticaal' verliepen.


'Baren' van Stichting Lichaamstaal NL
eerste druk: april 1984

zaterdag 14 juni 2008

de dikke Larousse

Wil je een straf verhaal horen, vroeg ze na een stille wee. Ze draaide zich naar mij om, kwam boven haar dons uitpiepen, lachte als was er nooit een wee geweest. Ze wachtte mijn antwoord niet af en vervolgde:
- We kregen op 't werk een agenda in het begin van het jaar, zoals altijd. Deze keer zaten er stickertjes bij. Terwijl mijn collega iets vertelde over thuis speelde ik achteloos met die stickers, scheurde er eentje af en kleefde het ergens in mijn agenda. Weken later deed ik mijn agenda open op die plaats: 9 juni, vandaag dus! De afbeelding van die sticker vond ik anders ook wel toepasselijk: twee zoenende mensen.
Dat was goed gegokt. Vandaag, nee straks, zou ze baren, dat was duidelijk. Maar voor mij was het al weken duidelijk dat het pas vanaf vandaag zou zijn, al was ze al drie dagen over tijd.
Ah ja, want verleden week ging de oudste dochter voor het eerst op kamp met de school.
-'t Zou toch zonde zijn dat die kleine dàn zou komen.
Je zou dan denken, ok goed, vanaf de zaterdag dan, de 7de, maar nee:
- En in het weekend is het te druk om te bevallen, met alle kinderen in huis.
Ok, kon ik mijn agenda ook aanpassen en effectief, maandagmiddag, het eerste sms-je:
- Na twee valse starten lijkt dit wel het echte werk, ik hou je op de hoogte!
-Leve de échte arbeid, ik sta paraat, zeg me wanneer ik moet komen.
Namiddag:
- ça va? zal ik eens langskomen?
- ja.

Gezwind rij ik door het hekken de sprookjesachtige oprijlaan op. Vijftig meter verder parkeer ik naast het huis dat nog met een ander jong gezin gedeeld wordt. Mijn handen jeuken, het is de vierde keer dat ik haar ga bijstaan. Weinig woorden, weinig plichtsplegingen. De draad oppikken.
Ze verwelkomt me lachend vanuit haar cocon: het grote bed, onder de dons.
We halen wat herinneringen op, zwijgen tijdens een wee.
- Denk je dat ik voor 20u zal bevallen zijn; ik weet dat je niet aan pronostieken doet, maar ik moet weten wat ik met de kinderen moet doen.
Aha! Deze moeder is aan het organiseren, dus zal ze niet meteen baren. De zorg om de kinderen moeten we uitschakelen, dan pas zal ze zich volledig kunnen geven.
Zodra er beslist is dat de kinderen toch gaan logeren hoor ik de eerste perswee.
'C'est tout dans la tête', zei madame De Béarn zaliger.
Het is half acht als het derde prinsesje geboren wordt, ze laat haar moeder een klein scheurtje na. Hechten doe ik aan de rand van het bed. Om het inzakken van het zitvlak in de matras te vermijden, steken we er een dikke Larousse onder. Papa haalt er een spot bij (hoe meer ik zie, hoe beter ik kan hechten) en het gekeuvel begint. Zoet moment. Er wordt teruggeblikt alsof de bevalling al een heel eind achter de rug is. Alles komt aan bod: het bellen naar de ouders, de kinderen aan de lijn, de baring:
-toen je zei dat.....
En als de baby zich tegoed doet aan mama's borst komt papa stralend binnen met een fles vol gouden parels en vijf champagneglazen. 't Is altijd feest, zo'n thuisbevalling.

woensdag 11 juni 2008

Wat eten we vandaag?

Misschien kan ik alvast een 'in memoriam' starten : )
Er was eens, lang geleden - bijna 23 jaar - een bloem van een blond meisje dat huilend geboren werd. Thuis in een groot opblaasbaar bad.
- Hoe ga je ze noemen? vroeg men.
- Saïdja.
O, zei zus, vin je Magali niet mooi?
- Jawel hoor, maar ik verkies Saïdja, de twijfels van bij de eerstgeborene indachtig was ik vast van plan me deze keer niet meer te laten beïnvloeden door omstaanders; hadden ze toen niet gegrinnikt in die verloskamer dan heette onze Frank nu Ramses.
- Hoe noemt ons zusje weer zei broer twee na een paar dagen, en in één adem:
- We gaan ze toch niet doodsnijden?
- Allez dan, knuffelde ik hem, omdat je 't zo mooi vraagt.
Een meisje met pit en een sterk willetje.
Eten wou ze maar heel af en toe al stonden mama's borsten zowat op ontploffen, met een pruimemondje wou ze éventueel wel proeven en soms zelfs slikken ook. Teer en fragiel werd ze langzaam groot.
- Wat ze niet mag eten, zei de specialist dokter, snel vroeg ik:
- Mag ik gewoon niet opsommen wat ze wel lust, dat kan op tien lijnen.
Want zongen wij allen niet in koor als we dat piepstemmetje voor de zoveelste keer hoorden vragen:

Wat eten we vandaag?
Dat is de grote vraag.
Ik zit voor mijn lege bord
en ik hoop dat het iets lekker wordt.

Want van spruiten ga ik muiten
en in spek heb ik geen trek.
Op bieten kan ik wel schieten
En prei maakt me niet blij.

Ik ben helemaal niet gerust
Ik krijg vast iets dat ik niet lust.


Want bij een krop sla
roep ik stop ma,
en lof vind ik geen bof.
Van rapen kan ik niet slapen,
en ik zeg nee tegen puree.

Maar als ik het zelf mocht weten,
Zou ik liefst iets anders eten.

Dan kreeg ik limonadesoep,
aardappels met snoep.
Friet en drop en ijs erop
En appelsap met chocola,
En zuurtjespap met slagroom na.

Maar helaas, dat weet elk kind,
Je krijgt nooit wat je ‘ lekkerst vindt.

maandag 9 juni 2008

motorcycle diaries


- Ik was gebuisd voor het rijexamen op de moto
- Oh, goed.
Ze lacht. Ze had niets anders verwacht.
- Ik dacht al dat je dat fijn zou vinden, daarom heb ik je ook niet gebeld, maar de tweede keer was ik er wel door!
- Jammer.
- Nu heeft Judith haar rijexamen afgelegd, ze is ook gebuisd.
- Dat schept hoop, gaat ze het een tweede keer proberen?
- Ja.
Dus jullie blijven achter dat plan staan?
Ze kijkt me meewarig aan.
- Maar ja, mama.
- Weet je dat ik jullie plan onlangs uit de doeken heb gedaan aan die gasten waarmee ik af en toe zing? Weet je wat die zeiden? Dat jullie plan er zo over was dat het op zich wel op veilig kon uitdraaien.
- Ah goed.
- Ze zeiden dat elke Zuid-Amerikaan die twee blonde langharige meiden op de moto zouden tegenkomen zich zouden afvragen of dit geen candid camera betrof, omdat het zo ongeloofwaardig is.
- Haha.
- En dat, elke keer als jullie je belaagd voelen maar ‘Camera’ moeten gillen.
- Ah, dat is nog een goed idee.
- Je beseft toch hoe weinig praktisch reizen dit is? Je bagage voor een heel jaar op je rug op de moto, dat is gene fiets hoor, dat is een levensgevaarlijk beest! Een auto is zoveel praktischer, of neem het openbaar vervoer.
Zeg ik voor de tiende keer. Hoe vaak hebben we hier al niet over gediscussieerd. Een half jaar terug hadden de meiden hun moeders uitgenodigd op hun kot. Ze hadden wat op me moeten wachten wegens een bevalling zodat ik het aperitief al kon overslaan toen ik voor het eerst kennis maakte met de mama van haar kotgenoot. Lekker was het geweest, ze hadden hun best gedaan en met opluchting hoorde ik de andere mama aan toen ze eveneens haar ongerustheid uitte over dat lunatic plan. We hadden ons al moeten verzoenen met ‘een jaar’ Zuid-Amerika. Maar toen bij die plannen een moto op de proppen kwam moet er bij beide families zoveel weerstand gerezen zijn dat die meiden het nodig achtten om een onderonsje te houden.
Die avond heeft ons mening niet veranderd.
- Maar ja, mama, waarschijnlijk rijden we niet heel de tijd op de moto, maar laat ons dat eens uitproberen.
- Zonder rijervaring? Je hebt geen moto, je weet niets van moto’s af, je hebt nog nooit ook maar iets aan je fiets hersteld. Zonder al te schuldinducerend te willen overkomen, weet ik dat je ons ongerust zal achterlaten, vanaf de eerste dag van jullie vertrek.
Elke keer dat we iets van jullie horen zullen we blij zijn dat jullie nog leven. Ik zal afscheid van je nemen zoals ik nooit voordien gedaan heb. Dat je moet genieten van je jeugd is een feit, maar er zijn ook andere manieren.
We zuchten beiden.

zaterdag 7 juni 2008

Stoute wagen

Licht, ik hou ervan. Van lichtjes ook, vooral bij feestdagen; kaarslicht, kerstlicht. Even mag het flikkeren. Maar niet op mijn dashboard. Nochtans kwam ik zonder problemen op 'het buitenverblijf' aan. Maar dan, bij ’t starten bemerk ik een verlicht item dat anders alleen opklaart bij het aantrekken van de handrem. Dus probeer ik de handrem eens extra uit, maar nee, die zit goed.
Rijden dan maar, ik wil liever thuis uitvissen wat er scheelt.
Ohla, die bocht haal ik amper, ik moet met grote kracht aan het stuur trekken. Eens op de snelweg is het een makkie: altijd rechtdoor en zie: het lichtje dooft uit, heb ik weer geluk. Ik draai even met het stuur, als test. Het draait weer als voorheen. Als toen ik hem aankocht, bijna zeven jaar geleden na die crash, perte total en enkel maar een sternumbreuk, lucky me.

Lalalala, zing ik met de radio mee.
Eik! Hij doet het weer, een keer of vijf tijdens de hele rit! Stoute wagen.
En toch kom ik aan, thuis.
‘Pech onderweg? VAB is al onderweg.’
- Hij draait heel stroef.
- Alsof je servobesturing is uitgevallen?
- Ja!
- Ah, dat is de ‘amortiseur’ weet de man.
Amor ken ik, tiseur al wat minder, maar ik wil het straks wel opzoeken, dus: ‘quoi que vous dites?’.
- Werkt nauw samen met de batterij, je hebt veel geluk gehad dat je thuisgeraakt bent
- Er zit dan ook pas een nieuwe batterij in, én nieuwe banden, voeg ik er overbodig aan toe.
Jee, als ik eens uitreken hoeveel de garage me gekost heeft de laatste tijd…
- Je mag er in ieder geval niet meer mee rijden.
Om 22.10u rij ik samen met de VAB-man naar een stalling van vervangwagens, een half uur later rij ik de nieuwe Nissan de carport in. Blijf zitten voor Leki:
‘And I’ll spread my wings and fly away...'



vrijdag 6 juni 2008

op de Ring zit alles vast

- Kan je naar hier komen? We geraken niet meer in Diep Rood….
- Tja
- We zijn ook niet thuis nu. We zijn in ons buitenverblijf, ik heb je het adres en de wegbeschrijving al doorgemaild.
- O, dat lijkt niet bij de deur.
- Nee, het is een stuk verder rijden, een klein uurtje maar als je via Planckendael naar Mechelen gaat en zo de A19 oprijdt, zal het vlugger gaan want op de Ring zit alles vast.
- Hoe zit het met de weeën?
- Die zijn er nog maar nog steeds niet regelmatig, wacht, ik geef je haar door.

- pfff….ja Leen? Ik had net een wee, ik voel het bij momenten duwen onderaan.
- Ik ben al onderweg.

Grmmbl. Snel zijn, Leen, spreek ik mezelf toe. Een kraampakket moet er extra mee want er is niets voorzien voor een thuisbevalling. Ik zie het me al invullen op het aangifteformulier: ‘een ongeplande thuisbevalling’. Nee, geen thuisbevalling want ander adres. ‘Een onverwachte buitenverblijf-bevalling’ dan maar?
Tijdens het inladen tikt Karel het nieuw adres in mijne nieuwe GPS (een vervroegd-want-altijd-handig-ook-als-je-naar-Kapellen-of-onverwacht-naar-een-buitenverblijf-moet-rijden-verjaardagscadeau).
Ik zet de GPS pas in Mechelen aan, heb geen zin om die 'madame' heel de tijd te horen zeggen dat ik terug moet rijden of keren of vroeger afslaan want zij kent het bestaand fileprobleem niet op dit uur.
De radio ook stiller om geen straat te missen.
Eindelijk op de snelweg wordt ik door een geloei van jewelste opgeschrikt, ik vertraag meteen.
Koeien op de snelweg? Ik kan er geen enkel bespeuren. Gas. Geloei.
(Karel: O, ja, vergat ik je te zeggen dat ik een koe geprogrammeerd heb zodra je de 80 km/u overstijgt?)

‘Aan het blauw poortje parkeer je, dat is ons huisje’ schreef hij in de mail.
Ben ik kleurenblind aan het worden? Ik rij terug, nergens iets blauw van hekwerk te ontwaren.
- Ik ben er hoor, alleen niet aan je deur, ik het het hele domein rondgereden en kan jullie huisnummer nergens vinden, zeg ik hem mobiel.
- Rij terug ik zal buiten staan, hoor ik hem opgelucht zeggen.
Ik zie hem zwaaien, vlakbij. Benieuwd tuur ik naar wat enigszins voor een blauwe poort kan doorgaan. Tiens, ja, daar achter die haag kan ik nog net een stuk ter grootte van tien cm ontwaren. Snel de valiezen, ik volg hem op het smalle tuinpad.
Op de grond, op een geïmproviseerd bed, in zijligging, blaast ze een wee weg, ik zie nog net een klein stukje van het kruintje piepen.
- Goed hoor! Ik ga mijn handschoenen nemen en dan mag je ervoor gaan.
Koffer open: doptone, gel, sterile gloves, slijmzuiger en snel onderlegger onder haar zitvlak schuiven.
- Laat maar komen.
Ze duwt, de kleine komt weer piepen, haar eerste kind. Ik zie toch de kans om de foetale harttonen te beluisteren want die kleine zit vast al een hele tijd te duwen.
- Ah, schitterend kind! Hoor maar eens wat een hartenklop.
Hij heeft het niet aan zijn hart laten komen.
- Ik lig niet goed…
- Doe maar, hoe wil je baren?
Ze kruipt recht, gaat op handen en knieën zitten en levert zich over aan het baringsgeweld.
Een klein, roze lijfje met een rompnavelomstrengeling komt vrij.
Oh’s en ah’s, bliksem en donder.

woensdag 4 juni 2008

't kan verkeren

-Wat zouden we doen vanavond? Had ze hem gevraagd.
Ze was klaar met de suikerbonen, het ontwerp van het geboortekaartje had eindelijk de definitieve lay-out, de was stond aan de kant, de dochter lag te slapen…fin, ze gunde zich wat voor het slapen gaan.
Een film?
Een film.
Ze nestelden zich beiden in de divan, zochten het juiste beeld toen daar een wee doorbrak.
-Zullen we dan maar bevallen? Had hij er grinnikend aan toegevoegd.
Dat deed ze drie uur later. Zo heel anders dan de eerste keer. Toen waren er ‘lepels’ aan te pas gekomen want dochter wou er zonder niet door. Vurig hoopte ze dat het er de tweede keer wat zachter aan zou toegaan, in water bijvoorbeeld.



maandag 2 juni 2008

Batizado Capoeira Topazio Belgica

‘On ne fume pas,
on ne boit pas,
chez Capoeira
et on espère que se message se répand…’
spreekt ze het publiek relaxed en glimlachend toe.
Zou haar moeder hier aanwezig zijn? Want ik voel de trots zwellen als betrof het mijn eigen dochter en ik ben alleen haar vroedvrouw. Binnen enkele weken zal ze leven schenken en zie ze nu doen alsof dat zwaargewicht van haar buik haar in niets belemmerde.
Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. En ik niet alleen, het publiek volgt elke beweging van haar. Komisch. Terwijl zich recht voor ons het schouwspel afspeelt gaan de blikken zijwaarts wanneer ze zich in looppas door de zaal verplaatst.
Ze loopt door de sporthall, zoekt tussen de papieren op tafel.
Ze loopt terug, met wiebelende paardenstaart.
Ze roffelt op de tamtam, zingt met de groep mee.
Ze danst de Capoeira, gooit haar been in de lucht en het hoofd naar de grond, haar krappe T-shirt schuift tot onder haar boezem.
Argusogen volgen, men schudt meewarig het hoofd, ze mompelen onder elkaar. Niet die vijftig-koppige Capoeira-groep maar zij, de overzwangere, is – onbewust - het spektakel van de dag.



Er zijn er zo en er zijn er andere.
Veel van zeggen was ze niet maar tussen de lijnen had ik wel begrepen hoe getalenteerd deze dame is. Van in ’t begin van de zwangerschap sprak ze van een fulltime job, van examen bij de EEG (waarvoor ze slaagde) van Capoeira-les geven (hoe lang denk je dat te doen? Oh, dat zien we wel - tot vandaag dus) van D-diploma halen in juni, van Spaans en Portugees, twee extra talen die ze vloeiend spreekt, van 2 nieuwkomers op haar werk die zij (wie anders?) moest opleiden (if you want something to be done , ask a busy person - or a pregnant one), dagelijks overuren kloppen (onbetaalde), haar baas die zegt dat ze met Capoeira moet kappen, haar man die zegt dat ze met haar job moet kappen.
Wat denk jij daarvan, Carine?
- Pfff, lacht ze.