vrijdag 29 februari 2008

Moeder zonder kind


“Maak een schilderij van hoe ik me voel”, daar kon ik het mee doen.
Ze was 38 en had pas een kind, ons kind, verloren. Zoals dat heet. Haar eerstgeborene.
Noam leefde twee dagen. Marian nog acht jaar.
Een schildersezel en een groot leeg doek in het midden van de living. Ze passeerde langsheen, ging zitten, stond weer op, zuchtte, keurde.
De twee boxers voelden het: de onrustige leegte, de afgrond.
Na een paar uur: “Stop! Werk het niet verder af, dat is het”.
We noemden het Moeder zonder kind.

Karel

woensdag 27 februari 2008

reuzeke, rozeke

Waarom zit ‘reuzeke, rozeke’ in mijn hoofd wanneer ik met Yolan naar het ziekenhuis rij?
“Slaap als een reus
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
rozeke
zoetekoeksdozeke
doe de deur dicht van de doos
Ik slaap “

Paul Van Ostaeyen

Hij heeft gewacht tot ik terug was van de nazorgen, kon gisteren nog net de auto wassen, als ‘klusje’. Samen in de wagen, in de file, gezellig kletsen. Ik koester elk moment samen met hem, tel bang de maanden af voor hij vertrekt. De snelweg spoelt schoon, het regent. We volgen de nistagmische cadans van de ruitenwissers.
Mijn passagier schakelt vlot van het ene onderwerp naar ’t ander. Zijn kameraden, zijn politieke geaardheid (stel je voor!) als buitenbeentje in de klas:
- heel de jeugd is rechtsgezind, mama
Ik luister naar zijn hese stem, geef commentaar – als ’t moet.

De chirurg dan:
- Nee, u kan niet mee binnen, er is geen ruimte genoeg.
Ik kijk naar de operatiezaal op de achtergrond. Als je eens wist in welke ‘ruimtes’ ik al bevallingen deed met drie volwassen erbij, dan is dit een balzaal denk ik en begeef me naar ‘het kot’ waar ik meen te moeten wachten. Twee zetels naast twee vuilbakken.
Ik troost me met mijn nieuw aangekocht kinderboek: Linus (Uitgeverij Lannoo).

Het is bij elk blad genieten geslagen. Een streling voor het oog, dat boek, een prachtverhaal bovendien.
En daar staat ie dan, met zijn arm in verband.
Verheugd bekijken we het kleine kompresje op zijn schouder.
De toekomst ziet er goed uit voor Yolan.

dinsdag 26 februari 2008

Hoe is het met je?

- Hoe is het met je, vraagt de gepensioneerde vriendin, en in dezelfde adem:
- wij zijn twee weken naar Frankrijk geweest want de vloer in de living was opengebroken, ah ja, alle excuses zijn nu goed, hé, en volgende maand ga ik terug….
Ver van mijn bed, eerlijk gezegd, vooral pensioen. Misschien, binnen veertien jaar of zo. En met dat statuut van zelfstandige zal ik niet elke maand naar Frankrijk kunnen, dat weet ik nu al. Tenzij dat ik me er zou gaan vestigen om er te gaan leven als een god.
Soms speelt dat idee wel.
Maar haar vraag bracht me terug bij een gesprek dat ik diezelfde dag met een zwangere had.
Willen we wel weten hoe een ander zich voelt als we de vraag stellen?
Nemen we tijd om te luisteren?
Gaan we in op wat er meegedeeld wordt?
Stel ik de vraag vaak genoeg en luister ik dan?

Met die gedachten zat ik in de wagen na het bezoek.
De ‘raadpleging’ was bijna achter de rug, we keuvelden even en toen vertelde ze me over het weekend, over het bezoek van haar moeder.
Nu ga je zeggen, daar is ze weer met ‘de moeder’.
’t Is waar, je hebt ze in alle soorten en maten.
Haar moeder had dezelfde vraag gesteld als mijn vriendin:
- Hoe is het met je?
De korte dialoog ontwikkelde zich als volgt:
- Waggelig.
- Dat moet ik niet weten, hoe is het met je baby?
- Goed.
Einde gesprek.
Voer voor psycho-analisten, niet?
Opmerkelijk vond ik die splitsing van de twee-eenheid door de moeder.
Het lichaam dat haar kleinkind draagt interesseert haar niet, ze is enkel bezorgd om het welzijn van de baby.
Onnodig te zeggen dat de zwangere geen al te beste band heeft met haar moeder - ze let op haar woorden. Ze had gehoopt dat haar moeder had ingepikt op het woord ‘waggelig’. Een woordje van troost of medeleven – toch van een moeder - was welkom geweest als je maanden lijdt aan bekkeninstabiliteit. Maar ze wordt door de moeder berispt en op haar plaats gezet; klagen mag niet en wat die zwangerschap teweeg brengt in het lichaam van haar dochter is niet haar zorg.
Ontgoocheld door haar moeders’ antwoord en met tegenzin antwoordt de zwangere dus.
Ze geeft de dubbele boodschap: het gaat goed met de baby, maar trekt daarbij een ontevreden gezicht. Verbaal stelt ze haar moeder gerust maar laat non-verbaal weten dat het gesprek haar niet zint.
Met als resultaat dat beide partijen afzien van verdere communicatie en ze zich beiden focussen op het andere kind…

zondag 24 februari 2008

twee nachten


Twee nachten naeen in de weer voor een bevalling, het was lang geleden en het kruipt in de kleren.
Een bioritme? Waar? Welk? Wanneer?
Hier en daar een dut om slaap in te halen, dat proberen we. De hazeslaapjes. Tien minuten sofa doen wonderen. Ik heb daarbij geen bos sleutels nodig zoals Einstein om me wakker te krijgen. Ik heb het mezelf al vroeg aangeleerd, dat wakend slapen. Eerst als babysitter, daarna als moeder – drie van de vier kinderen sliepen onregelmatig, dus ook mama.
Slaapgebrek, onderbroken nachten en op lange duur insomnia. Je went aan alles en je moet er vooral je slaap niet voor laten dat je niet kan slapen.
Nee, daar word ik niet chagrijnig van, er is genoeg werk dat ook ’s nachts kan verzet worden.
Maar net daar heb ik moeten komaf mee maken sinds dat bezoekje aan het slaaplabo, jaren terug. Werken mag je enkel overdag, ’s Nachts zou je alleen saaie dingen mogen doen, bv. : een telefoonboek lezen ipv en spannend boek, of een boek in een moeilijke taal…

Maar zie, zijn we niet in de weer geweest?
Hebben we Linus niet bezocht?
Lonkte de warmte niet in de tuin?
Gaven we de haag geen beurt?
Timmerde Karel daar niet dat het een lieve lust was?
En hadden we hier geen petekindje gelogeerd?
En stelde ze daar geen vraag of honderd?
Duizend?

vrijdag 22 februari 2008

Tussen eclips en Umbra

Steeds vaker kijk ik naar boven, des avonds. Wat bied je ons vandaag, Zuster Maan?
Hadden we het eergisteren niet over die wonderlijke halo rond jouw voluptueuze vorm; lekker vol? En voelde ik daarbij mijn handen niet jeuken voor een bevalling hier of ginds?
Volle maan zonder bevalling, ik kan er minder en minder tegen.
Schreef een mail naar een vriendin om me daarover te beklagen.
Gisterenavond diezelfde maan, maar nu schoven er watten wolken voorbij, met gaten in, zodat ze als een kerstlampje aan en uit flikkerde.
Zuster Maan, zwanger van een eclips.
Ze kende mijn vruchteloze pogingen om haar op papier te plakken.
Zou het met ons nieuw fototoestel misschien wel lukken? Het was het proberen waard.
Mmmmm.

Het was zij niet - waar ik al een week op wacht - die me belde die nacht.
Maar Laura, een paar dagen voor haar uitgerekende datum, die mijn wensdroom zou waarmaken.

Tussen eclips en Umbra liet Linus zich zien, na negen maanden nachtelijk leven.
Op dezelfde plaats geboren als zijn zus, maar pakken sneller. Naast de grote bedstee, één trap hoog in dat boerderijtje; een commune van tien mensen. Op een paar meter van de gloeiende houtkachel, de houtstapel, de planken vol linnen, onder de slaapkamer van zus Mira.
- Morgen gaat de baby komen, had ze papa Johan verteld bij het bedritueel. Niet één keer tijdens de zwangerschap waren deze woorden over haar lipjes gekomen.
- Kinderen weten.
Iedereen knikt.
- Ik heb aan jouw Franse dokter gedacht tijdens de bevalling, ik heb de contracties niet als pijn willen zien, ik heb alleen aan positieve dingen gedacht, dat hielp.
- Ja, dat heb ik gemerkt, zegt collega Alinoë, toen ik binnenkwam zat je lachend op de baarkruk.
Zal ik dan toch die tweede stage moeten volgen want dit is de juiste stimulans.

woensdag 20 februari 2008

'De baby is al een mens'

Niet dat we achterover vallen van deze titel, we wéten dat, maar de niet-gelovigen kunnen overtuigd worden in Bilzen, lees dit:

Beste mensen,


Wij zouden u graag willen wijzen op onze boeiende studiedag van vrijdag 14 maart 2008.

De studiedag begint om 9u30 en eindigt om 16u15 (stipt). Deze dag gaat door in de landcommanderij 'Alden Biesen' te Bilzen (langs de snelweg E313 Hasselt - Luik).
Dit is niet zo ver van Eindhoven en nog minder ver van Maastricht.
'De baby is al een mens' belooft weer een boeiende studiedag te worden. Niet alleen is het thema zeer de moeite waard, maar bovendien hebben we gerenommeerde sprekers.

Het is een thema dat ons allen aanbelangt. Is immers de zoektocht naar de belevingswereld van de baby ook niet een ontdekkingsreis naar onze eigen wortels? Wat hebben wij ervaren in onze vroegste kindertijd? Wat was er toen voor ons belangrijk?


Terence Dowling was in 2003 ook al bij ons te gast en toen met zeer groot succes.
Dit keer zal hij spreken over de nieuwste inzichten rond de vroege ontwikkeling van de baby. Terence is niet alleen een boeiende spreker, maar ook een ervaren babytherapeut, die theorie en praktijk goed weet te verbinden. Hij werkt in Heidelberg en geeft voordrachten en trainingen in heel Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland en kan met recht als een pionier beschouwd worden.
Gaby Stroecken zal spreken over opvoedingsondersteuning bij zeer jonge kinderen, en dan vooral bij kinderen die hechtingsproblemen hebben. Vaak wordt gedacht dat een baby zich nog niet echt hecht, maar dit blijkt een achterhaald standpunt te zijn. door vroege belastingen of door trauma's kunnen baby's onthecht geraken.
Myriam Szejer werkt als kinderpsychiater op een kraam afdeling van een beroemd Parijs ziekenhuis. Zij is een leerling van de vermaarde kinderpsychiater Francoise Dolto (Le cas Dominique) en een oud-collega van Caroline Eliacheff (bekend van het boek 'Het kind dat een kat wilde zijn'). Zij zal spreken over het spreken met pasgeboren babies.
Jan Berx zal vertellen over zijn werk als osteopaat met babies. We werken in onze praktijk nauw samen met Jan. Hij is een geëngageerde en boeiende spreker, die zijn vak door en door kent.
Rien Verdult zal spreken over verlies tijdens de zwangerschap, maar niet alleen het verlies dat ouders kunnen meemaken, maar ook het verlies dat de baby kan ervaren. Er zijn veel nieuwe inzichten over de betekenis van tweelingverlies tijdens de zwangerschap voor de overlevende baby (twinloss).

U begrijpt: een zeer boeiend en gevarieerd programma.

Inschrijven voor de studiedag kan via: www.stroeckenverdult.be tot 5 maart.
We hopen jullie te mogen ontmoeten op onze studiedag.


met vriendelijke groeten
Gaby Stroecken, Rien Verdult

zondag 17 februari 2008

inboedel

- Ma, heb je die zwart lederen koffer voor mij opzij gezet?
- Ah, nee, ‘ze’ hebben hem al meegenomen.
‘Ze’; de inboedelopkopers. Voor een prik (250 euro) heel het hebben en houden dat pa en ma al zestig jaar vergaarden.
Ik kan het niet geloven.
- Ja, maar we waren het beu.
Ze waren het beu, beter alles gratis aan wildvreemden meegeven dan aan kinderen en kleinkinderen, zo kennen we haar. Nee, natuurlijk hoor ik - een - moeder met lof te bewieroken, maar niet de mijne, ik krijg het niet over mijn vingers. Je hebt er zo'n en je hebt er ander. Tot die ontdekking kwam ik al vroeg; me als kind vergapend aan andermans moeders.
Wat had ik dan van het ouderlijk huis willen hebben, als jeugdherinnering?
Dé tamtam die ik als kind zo vaak gestreeld heb. Nièt het vel met het dierenvacht, want dan zouden de haartjes lossen! Wel het heerlijk gepolijst zwart tropisch hout waaruit de ‘neger’kop was gesneden. Een dikke tak die zich in twee spleet: één voor de hals, de andere voor het gelaat. Over de stronk was het vel gespannen. In mijn hoofd heb ik een foto, inreal niet. Ik zie mezelf nog zitten op het tapijt in de living, in gedachten verzonken, terwijl mijn vingers het hout beroerden. Zelden nog diezelfde sensatie gehad met hout. Eénmaal, bij een nazorg , diep in het Brusselse, tijdens het bestijgen van die prachtige oude trap in een herenhuis…
- De tamtam? Die is verkocht.
- Ma, als je mij zegt aan wie, dan geef ik het dubbele. Het was het enige stuk van heel het huis dat ik ooit wou!!!
- Dat gaat niet meer.
Dat was verleden jaar. Binnen drie weken wordt de huissleutel doorgegeven. Er zijn pogingen ondernomen om de kinderen en kleinkinderen toch iets te gunnen.
We waren benieuwd wat we in die kamers - achter immer gesloten deuren - zouden ontdekken. Heel de bende was present, de negen kleinkinderen, de vier dochters én last but not least: de mater familias.
We hebben er naderhand nog om gelachen, maar eigenlijk was het intriest, ik ben als eerste gaan lopen. Samen hebben we eerst het gelijksvloers bekeken, dan de bovenverdieping met de vijf slaapkamers en op de hall: ons moeder, met stok. Iedereen die iets uitkoos moest voorbij haar. En bijna elke keer had ze net dàt nodig wat je uitgekozen had. En toch slaagde ik erin een paar kartonnen dozen in mijn wagen te hijsen.
Maar de volgende keer, toen ze op bezoek kwam en iets van ‘haar’ zag staan, vroeg ze het terug. Want net dat kon ze gebruiken in haar studio.
Vier keren is het zo gegaan. - Haast je, want dinsdag wordt het huis helemaal leeg gemaakt.
Dus zijn Karel en ik voor de voorlaatste keer (volgende keer is het kuisen geblazen) naar het ouderlijk huis gereden voor pa zijn kano, voor de kruiwagen, een hakbijl, een koord, een blikken doos van oma zaliger, voor twee flessen verzuurde wijn uit de kelder die nu op de plank van de gang staan te pronken voor Karel zijn schilderij.
En, neen, nu geef ik niets meer terug.

donderdag 14 februari 2008

Maria o ghij warme pistolee!


Ik kom binnen,
Ik zie ze staan
Zij draait zich om
En kijkt mij aan!

Ik kijk naar haar,
Zij kijkt naar mij,
We kijken veel te lang,
En we denken allebei...

ELECTRICITY!

Wauw, wauw, wat een wijf, oei, wat een lijf!
Ik kan er bijna niet meer naar kijken.
Wauw, wauw, wat een blik, ik denk dat ik stik!
Ik ben hier echt totaal aan het bezwijken.

Auwch! Ik voel hoe ik val.
...er valt in dit geval nix te kiezen.
Auwch! ik kom weer van stal...
En ik weet....ik ga mezelf nog verliezen.

Iedereen wacht in de rij
Nog één iemand...en dan is het aan mij!
Ik heb haar blik nu al te lang gemeden
Ik kijk recht haar in de ogen en ik zeg...
'euh, voor mij graag een klein grof gesneden'.

OH MARIA
VAN IN DE BAKKERIJ 'DE WARME PISTOLEE',
OH, MARIA
IK PAK ZE IN EN IK NEEM ZE MEE.

ELECTRICITY

Ze zegt...'was dat alles? Of had u nog iets anders gewenst?'
Ik denk: 'amaai, ze moest eens weten!'
En ik voel zij kijkt naar mij...
dus kijk ik wat rond en doe alsof ik nadenk!

Ah ja...voor ik het vergeet...
doet u mij nog tien miljoen pistolees,
En dan nog zo'n suikerbroodje en een krentenbol en een vlaai...
Want den dezen die koopt alles van de dees!

In een zakske? Och...als dat kan...!
Ze is zo sexy, ik smelt er van!
Ze zegt mercikes en salu!

Ooh, ghij schoonste aller vrouwen
Merci en salu...!

OH MARIA
VAN IN DE BAKKERIJ 'DE WARME PISTOLEE'
OH MARIA
IK PAK ZE IN EN IK NEEM ZE MEE.

ELECTRICITY!

Ik sta weer buiten,
Er is eigenlijk helemaal niets gebeurd.
Maar vanbinnen...totaal verscheurd.

Och ja, ik het het overleefd in de bakkerij.
Maar wat wordt dat seffens weer...
in de beenhouwerij!

Pieter Embrechts

woensdag 13 februari 2008

Mief

Hebt u dat ook, die vraag: ‘Heb ik iets gedaan vandaag?’

04.48u: door gestommel van Yolan wakker geworden, direct uit bed gesprongen want zoonlief vertrekt naar Parijs! Water koken, thee zetten, de pan op ’t vuur, in het donker naar verse peterselie zoeken, twee verse eitjes van de kippen breken voor een overheerlijk omelet op het nog overheerlijker zelfgebakken brood van Karel.
Twee appels, twee flesjes Sprite, vier koeken, één banaan en zijn lunchpakket is klaar, een centje toe.
-Tingelyingel; een SMS: vriend laat weten dat hij op weg is , vraagt Yolan buiten klaar te staan.
We zoenen ten afscheid; te lang voor zijn leeftijd, voor zijn grootte (al 1.90m!) maar ik kan het niet laten, deze zomer wordt het een afscheid van een jaar, ik tel de maanden af dat we nog samen zijn.
05.45u: afwasmachine in werking zetten, vergat ik gisterenavond.
06u: boke eten met jam
06.15u: ik kruip maar terug onder de wol met vier gedichtenbundels, ik lees het debuut van Paul Bogaert helemaal uit, te snel maar het ene gedicht maakt me nieuwsgierig naar het andere. In gedachten maak ik mijn selectie.
07.50: ik val in slaap tot
08.45u: snel douche
09u: telefoon naar moeder, ze neemt niet op.
telefoon naar tandarts, geen antwoord zoals gisteren en eergisteren, nochtans heb ik niet alleen zeurende maar ook hersenborende - vreselijk storende tandpijn sinds daaaagen
09.30u: naar post, naar bank, naar krantenwinkel
10u: eerste huisbezoek met kraampakket in de hand
10.50u: file naar Brussel, tweede huisbezoek, de tweede van de tweeling is thuis; moeder en vader zijn hondsmoe
12.45u: naar Ikea voor plank, ik bel naar tandarts
13.25u: ik aanhoor hardop lachend het sprookje van neeuwsnitje en haar miefstoeder in de wagen; vanaf vandaag ben ik – besides mother – ook een miefstoeder, klinkt veel beter
13.30u: ik sta aan deur van tandarts: nobody home
13.45: thuis voor middagmaal, ze hebben op mij gewacht. Hij gaat me ‘Mief’ noemen, zegt ziefstoon.
14.30u: mails beantwoorden, onderhandelen over nieuwe pc (deze is ‘lekkend’), moeder bellen; geen respons
15.45u: ik dàcht de andere gedichtenbundel verder te lezen maar van lezen kwam niets in huis…
17u: consultatie
17.45u: Valentijnkaart geschreven in leesbare hanepoten, kadootje ingepakt
18.15u: zus belt , vraagt waar moeder zit, ‘ze zou al heel de dag dood kunnen liggen!’, ok, ik bel Adam, die vlakbij woont.
18.25u: moeder belt zelf; ze was zich al kaartend met de plaatselijke bejaardenclub van geen kwaad bewust. Info over pa in het ziekenhuis doorgegeven.
Naar andere tandarts gebeld, die heeft geen tijd, maar ik mag morgen terugbellen indien er iemand zou afbellen kan ik ertussen.
18.30u: avondmaal; verhitte discussies over kapotte pc’s
19.30u: krant doorgenomen. Verheugend nieuws: de excuses aan de Aboriginals door de nieuwe premier Kevin Rudd. Net nu ik ‘Totem en taboe’ van Freud lees is dit een hart onder de riem.
20u: consultaties
21.40u: foto didjeridoo voor blog

maandag 11 februari 2008

Les rencontres de Chateauroux



Ik heb er weer een idool bij. Het heeft een naam, een ronkende, in Frankrijk toch.
Een allerliefst heerschap, moeilijk ter been (twee knieprotheses) en beetje kortademig bij inspanning, klein en gezet maar met een charisma van Chateauroux tot in Tokio.
Mag ik u voorstellen ? Dr. Max Ploquin.
Na een twaalf uren initiatie (van 7.45u tot 20u !) had hij mijn hart gestolen.
Vooral nadat hij me de tweede dag vertelde waarom hij zijn analyse bij Meester-psychoanalist Jacques Lacan aangevangen had en wat hij ontdekt had.
Lacan die negen jaar geen woord met hem wisselde, alleen een ‘hm’ in alle intonaties als duiding gaf én 'pointeerde', zo af en toe. De laatste sessie wist hij zijn grootmeester wel enkele woorden te ontfutselen.
Dr Ploquin trok zich als huisarts al snel het lot der zwangeren aan. Hij schiet ze ter hulp met een intensieve voorbereiding op de bevalling. In die mate dat het zinnetje in Genesis 3.16: ’In pijn zult gij kinderen baren’ een fabeltje wordt.
Bevallen zonder pijn en al glimlachend? Ik heb het op meer dan één film gezien. Je moet het zien om het te geloven.
Zijn ziekenhuis dan, waarvan de statistieken tot de verbeelding spreken: minder dan 3% epidurales en keizersnedes (ter vergelijking de cijfers van 2007, Frankrijk: 33% keizersnedes en meer dan 80% epidurales!).
Dat hij niet over één nacht ijs gegaan is wordt duidelijk door zijn indrukwekkend CV.
Als huisarts schoolde hij zich bij als socioloog, psycholoog, gynaecoloog, seksuoloog en haptonoom (bij Frans Veldman sr.).
Hij schreef vijf boeken (sinds Lacan geen één meer) waarvan ‘Dictionnaire de l’enfantement’ waarschijnlijk zijn belangrijkste is. Hij werkte samen met Francoise Dolto (Le cas Dominique), we zagen een interview van haar…
Hemel, wat was ik in mijn nopjes!
De puzzelstukken vielen samen.
'C'est tout dans la tête', zei ook Madame de Béarn zaliger.
Samen met haar is het laatste geboortehuis in Frankrijk gesneuveld.

- Etes-vous une sage-femme Hollandaise?, vroeg er me daar éne cursiste hoopvol.
- Eh non, Belge... waarop ze terstond afdroop.

vrijdag 8 februari 2008

zing zang zong

Een oude liefde wordt opgenomen: we gaan weer zingen!
Liedjes voor baby's in en uit de buik.
In Amsterdam en Praag hebben we - jaren terug - het beste van ons gegeven, voor een volle zaal en met een heel koor zwangeren.
Wiegeliedjes, kinderliedjes, in 't Vlaams, Engels, Afrikaans, Italiaans; hèèrlijk om zingen.
Binnenkort kan het weer.

Song of the spirit

In Eastren Africa is a tribe that already has an intimate bond with the child before it is born.
Its date of birth is not the day that it came to the world, nore the day of its conception, as one sees in some other villages cultures.
In this tribe, the child’s date of birth is “the moment that it first appears in the mothers mind.”
When in the mothers’ mind the wish ripens, to conceive a child with her partner, she will sit herself under the tree and wait until she receives the song of the child that she will carry. After that she returns to the village and teaches the song to the father, so that they can sing it together during intercourse. They thus make the child theirs.
During pregnancy the mother sings the song to the baby in the womb. Then she teaches it to the elder women of the village and to the midwife, so that during labour and the wonderful moment of birth itself, the child is greeted with its song. After the birth all villagers sing the song of their new village member.
They sing it when the child falls or hurt himself. It is sung in times of triumph, at rituals and initiation rites.
When the child has grown up, the song will be part of its wedding ceremony.
At the end of his life, the song is sung for the last time besides his death-bed

From Jack Kornfield “A Path with Heart”: a guide through the perils and promises of spiritual life Bantam books 1996

dinsdag 5 februari 2008

Keizerlijke snede

Anja is er klaar voor.
Haar buik krijgt een ontsmettend IsoBetadinebad. Een grote steriele folie wordt aangebracht.

Een geruststellend hand van Maarten.

Verstopt achter de steriele velden wachten Anja en Maarten.

Eerst de jongen: Elias; geboortegewicht: 2610gram.

Geen vijf minuten nadien: Eva-Lee; geboortegewicht: 1700 gram

Terwijl Eva-Lee onder handen van de neonatoloog de eerste zorgen toegediend krijgt mag Elias bij mama.
Alle vier samen.
fotograaf van dienst: Leen Massy


Keizersnede:
[operatie t.b.v. geboorte] vertalende ontlening aan lat. sectio caesarea, genoemd naar de Lex caesarea, volgens welke na de dood van een zwangere vrouw de vrucht door een buiksnede moest worden verwijderd alvorens zij mocht worden begraven.
Etymologisch woordenboek, Van Daele, Utrecht/Antwerpen, 1989.
'Maarten Vanden Abeele (1970)leeft en werkt in BXL en Parijs' , lees ik in Toren, een fotoboek over het Cultuurcentrum van Mechelen met teksten van Peter Verhelst.
'Maarten geniet vooral bekendheid als fotograaf in de wereld van de podiumkunsten. Werkt voor dEUS, Zita Zwoon, Jan Lauwers, Pina Bausch, Josse de Pauw, Jan Fabre, Meg Stuart, Peeping Tom...'

Benieuwd hoe zijn fotoselectie van de keizersnede er zou uitzien. Zal ik het hem eens vragen?

zaterdag 2 februari 2008

roerend goed


roerend goed
het valt tegen om
smeltend in elke plooi te lopen
en daar vast te vriezen
rugvast, staalhard
aan de buikkant zacht
en wee als een pasgeboren moeder
vol vertwijfeling, paniek

vruchteloos
een uithaal waarvan
ik dacht: dit is goed
en schijndood en wee zag ik je
ziek, moe en lijdend
aan zorgen en kwellingen
wakker als een uitgeperste zin:
raak niet aan een schim

Karel Goetghebeur


Het zal een jaar geleden zijn dat Karel dit gedicht voor me schreef. Het zat weer ver in mijn geheugen. Karel schrijft veel en dagelijks. Teksten waar ik me constant vragen bij stel, waarvan de belangsrijkste: wat bedoelt hij daarmee?
Gedichten ook, en dat lees ik liever.
Dit gedicht in het bijzonder om dat daaruit blijkt dat hij wéét wat er in een vrouw omgaat als ze getransformeerd wordt in een pasgeboren moeder.
Ik ben het roerend eens.

vrijdag 1 februari 2008

ik ben geen konijn

We nemen een foto van haar in bad; de camera spoelt terug op een mooie zonsondergang ergens aan een kust.
- Dat zicht hebben we vanuit ons vakantiehuis aan de Middelandse zee.
Mmmmmm, ziet er fantastisch uit, en natuurlijk mag ik eens op vakantie en natuurlijk ga ik dat niet doen, stel je voor.
Ik bracht hem een kop koffie met koek maar ze wil de koffiegeur niet in de badkamer.
Ze voelt zich geobserveerd, zei al tweemaal dat ze geen konijn is, ik hoor haar gebieden ‘Kijk niet zo!!!’
Nee, niet tegen mij, dat durft ze (nog) niet, maar manlief krijgt de volle lading. Hij vangt het ridderlijk op.
Een vrouw in pijn.
Ze ligt in het bad van Diep Rood. Hij zit op een kruk naast haar, zijn handen werkloos in de schoot, durft haar nauwelijks aan te raken.
- Zullen we (we dus: hij en ik) je alleen laten?
Ze stemt dadelijk in.
Sommige vrouwen moeten dat; er alleen doorgaan, zich vrij voelen, alleen zijn zodat ze zich ongehinderd kunnen uiten en roepen als ze er zin in hebben.
Zodra de deur dicht is gaat het ook van ‘Aaaaahhhhhhh!!!’
Goed zo, ze heeft het onder de knie.

- We zijn geen badmensen, vertelt hij in de hall, het is van verleden jaar februari geleden dat we een bad namen. Een bad ‘nemen’, een trein ‘nemen’, een foto ‘nemen’; gekke doe-woorden, bedenk ik.
- Maar we douchen dagelijks hoor! voegt hij er lachend aan toe. Hij roert gedachteloos in zijn kop.

Een lange ‘Ooohhh’ doet me de badkamer weer ingaan. Het is zover.
Ze mag. Ze wil op de baarkruk. Ze weet niet hoe te persen. Ze wil weten hoe lang het nog gaat duren. Ze ziet het niet meer zitten. Zal het lukken? Ze wil het weten of het gaat lukken. Ze wil de waarheid. Ze heeft teveel pijn. Ze kan niet meer. Ze duwt toch….haar zoon de wereld in.
Ze huilt, hij huilt.
En kleine Alexander?
Die knort tevreden onder de rode handdoek.